088-5019000Contact
0item(s)

U heeft geen producten in uw winkelwagen.

Product was successfully added to your shopping cart.

Zonnepanelen; Doe Het Zelf tips

DHZ montage van een PV systeem is voor een handige klusser tamelijk eenvoudig. Er wordt echter gewerkt op hoogte en met een elektrische installatie. Werk dus zorgvuldig en veilig en plaats de PV-installatie altijd in samenwerking met iemand met voldoende kennis van elektrotechniek. DHZ montage en het in werking stellen van de PV installatie vindt altijd plaats onder eigen verantwoordelijkheid. 

 

  1. Lees zorgvuldig de bijgeleverde handleidingen voor de start van de werkzaamheden
  2. Plan de werkzaamheden nauwkeurig. Dit betreft de aanwezigheid van het benodigde materiaal en gereedschappen en de positie van de zonnepanelen op het dak. Bepaal de plaats van de bekabeling, de dakdoorvoer (flexibele doorvoer bij schuin dak en een buis bij plat dak) en de plaats van de omvormer.
  3. Hou de juiste volgorde van werken aan. Plaats de omvormer en bereid de aansluiting op de meterkast voor. Plaats daarna het montagesysteem op het dak en bereid de bekabeling van de zonnepanelen tot de omvormer voor, bevestig de stekkers aan de kabels, zorg dat het montagesysteem geaard is en bevestig de MC-4 stekkers aan de verlengkabels. Monteer pas daarna de zonnepanelen, terwijl u de DC-kabels van de panelen doorlust. Sluit de AC-kabel van de omvormer aan op de meterkast en klik daarna de DC kabels vast aan de omvormer.
  4. Werk altijd veilig. Als u zonnepanelen op een schuin duik plaatst, werk dan met een steiger. Werk met tenminste 2 personen en gebruik valbescherming. Is het slecht weer (wind en regen), wacht dan met monteren. Loop niet over de dakpannen, maar gebruik een aluminium dakladder (schoorsteenveegladder) met nokhaak of schuif eventueel de dakpannen op en sta op de daklatten. Met het Clickfit Evo montagesysteem hoeft u niet te boren. Platdakmontage met Flatfix Fusion is eenvoudig, maar denk aan voldoende ballast. Maak nooit contact met de metalen delen van stekkers en kabels. Als de zon schijnt, staat er namelijk direct spanning op de stekkers van de zonnepanelen.
  5. Zorg, voordat u begint, dat u alle benodigdheden overzichtelijk klaarlegt.
    • De zonnepanelen
    • De omvormer
    • De optimizers (indien van toepassing)
    • De in het pakket bijgeleverde DC bekabeling (4 mm2).
    • De AC kabel (YmvKabel 2,5 mm2 tot 15 meter/3600 watt)
    • De aardedraad (min 6 mm2)
    • De losse MC-4 connectoren (indien verlengd wordt)
    • Sunclix connectoren (i.p.v. MC 4 connectoren) t.b.v. aansluiten SMA of Zeversolar omvormers
    • Het volledige montagesysteem
    • De werkschakelaar
    • De 300 mA aardlekschakelaar (indien van toepassing)
    • De wisselstroomkabel van de omvormer naar de meterkast
    • Kabelbinders/tiewraps of kabelgoten
    • Siliconenkit en eventueel een doorvoerbuis
    • •Gereedschap; MC 4 krimptang, MC 4 spannerset en een kabelstriptang (zie installatie handleiding montagesysteem)
    • Ladder, steiger en/of veiligheidsharnas.
    • De meegeleverde handleidingen van de zonnepanelen, de omvormer en het montagesysteem. Lees deze handleidingen zorgvuldig voor de start van de werkzaamheden
  6. Houdt u aan de regels v.w.b. de plaatsbepaling van de zonnepanelen. Houdt bij een schuin dak een afstand van tenminste 2 dakpannen vanaf de goot, de nok en de dakrand aan. Teken de buitenste lijnen van de zonnepaneleninstallatie met krijt of stift en kruis de plaats van de dakhaken aan. Houdt bij een plat dak een veiligheidsmarge aan van 0,5m – 1,5m. van de dakrand i.v.m. windbelasting. Bij hogere en grotere daken een grotere marge aanhouden. Ook in kustgebieden is het verstandig een iets grotere marge te kiezen. De ballastberekening kunt u maken m.b.v. de Flatfix Fusion calculator.
  7. Het zonnepanelenmontagesysteem dient geaard te op de hoofdaarde van de woning. De zonnepanelen zelf behoeven niet geaard te worden, tenzij u gebruik maakt van een transformatorloze omvormer of als de zonnepanelen binnen 60 cm van de bliksemafleider van de woning worden gemonteerd.
  8. De zonnepanelen zijn voorzien van twee leidingen (+ en -), van een meter lang, waaraan door de fabrikant een MC-4 connector is gemonteerd. De panelen worden in serie aangesloten tot een string, door een male- en female connector met elkaar te verbinden. Controleer of deze connectoren deugdelijk vastklikken tijdens de montage.
  9. Elk zonnepanelenpakket wordt geleverd inclusief de bijbehorende solarverlengkabels, waarop de MC-4 connectoren reeds zijn aangebracht. De solarverlengkabels vormen de verbinding tussen de aansluitkast (junction box) aan het uiteinde van de string en de omvormer. Het doorlussen van twee boven elkaar geplaatste rijen zonnepanelen vindt eveneens plaats met een in het pakket bijgeleverde solarverlengkabel, waarop de MC-4 connectoren reeds zijn aangebracht. Bij plaatsing van de omvormer op grotere afstand van de zonnepanelen kan plaatsvinden met standaard solarverlengkabels van 5 meter of 10 meter waarop de MC-4 connectoren reeds zijn aangebracht. Als u ervoor kiest andere lengtes solarkabel te gebruiken kunt u losse MC-4 connectoren handmatig aanbrengen. Dit dient zorgvuldig te gebeuren met een goede MC-4 krimptang, alle kerndraden dienen goed in de bus worden gestoken en de kap op het uiteinde van de connector dient goed te worden aangedraaid zodat de afdichting en de trekontlasting voldoende is. Als de bevestiging onvoldoende is zal de verbinding als gevolg van beweging (wind), temperatuur en vochtinwerking slechter worden. Dit kan warmte, storing en zelfs brand veroorzaken. Leg eerst de verlengkabels aan en bevestig de MC-4 stekkers, zodat er bij aansluiting van de zonnepanelen geen aders blootliggen. De stekker aan de omvormerzijde van de rode verlengkabel dient een plusstekker te zijn. Aan de zwarte kabel dient aan de omvormerzijde een minstekker te worden bevestigd. Aansluiting van SMA omvormers en Zeversolar omvormers vindt plaats met Sunclix connectoren. Deze connectoren kunnen zonder gereedschap worden aangebracht.
  10. Aansluitleidingen en koppelpunten van leidingen dienen altijd vrij te zijn van mechanische belasting. De leidingen die de verbinding vormen tussen de zonnepanelen onderling en tussen de zonnepanelen en de omvormer, moeten goed worden bevestigd, zodat ze ongevoelig zijn voor sneeuw, wind e.d. Bevestig deze met UV bestendige kabelbinders aan het montagesysteem of gebruik een kabelgoot. Daar waar de leidingen de woning binnengaan moeten deze worden beschermd door bijvoorbeeld een buis te gebruiken.
  11. Per 1 januari 2017 is het verplicht een werkschakelaar te plaatsen direct onder de omvormer op de AC kabel naar de meterkast. Dit om de gehele installatie van het net af te kunnen koppelen bij onderhoud of werkzaamheden aan de zonnepanelen installatie.
  12. Om onderhoud mogelijk te maken (maar ook t.b.v. hulpverleners zoals brandweer e.d.) te waarschuwen voor een onder spanning staand zonnepanelensysteem, moeten pictogrammen worden aangebracht in de meterkast, bij de elektriciteitsmeter, bij de schakel- en verdeelinrichting en op elke behuizing waarin DC geleiders zijn gekoppeld.
  13. Een omvormer (groter dan 600 watt) dient altijd op een aparte groep te worden aangesloten. Met name voor de meest gebruikte TransformatorLoze (TL)omvormers geldt het advies deze niet aan te sluiten op een eindgroep die beveiligd is door een 30 mA aardlekbeveiliging. Als dit wel gebeurt, dan bestaat de kans dat de aardlekbeveiliging in de meterkast uitvalt bij een foutstroom. De TL omvormer is zelf voorzien van een voor alle stroomtypen gevoelige aardlekbewaking met geïntegreerde verschilstroomsensor (let op; dit dient in de gebruiksaanwijzing te zijn aangegeven). Een 300 mA aardlekschakelaar als foutbescherming kan eventueel wel worden toegepast in de PV-eindgroep. Een 300 mA aardlekbeveiliging zal niet onbedoeld uitschakelen, zoals een 30 mA aardlekschakelaar. Ondanks de interne foutbeveiliging van de omvormer kan een aardlekbeveiliging vooral nuttig zijn in (oudere) woningen met een z.g. TT stelsel. Type A is een moderne, gangbare aardlekschakelaar, welke volstaat als de fabrikant van de omvormer dit beschrijft in de gebruiksaanwijzing.
  14. Plaats de omvormer op een koele plaats. Hij produceert warmte. Die warmte moet hij kwijt kunnen. De omvormer is ook enigszins hoorbaar, dus op zolder onder het dak, in de garage of een schuur zijn goede plaatsen. De meeste omvormers kunnen buiten worden geplaatst. Dit wordt aangegeven in de gebruiksaanwijzing. Plaats de omvormer bij voorkeur onder een afdak, in de schaduw. Als er veel zonnepanelen zijn geplaatst, kunt u de omvormer het best wat dichter bij de meterkast plaatsen ivm de weerstand van de kabel.
  15. Als er geen loze leiding aanwezig is om de omvormer aan te sluiten, kunt u een loze leiding aanleggen naar de meterkast, of kiezen voor een zonne-energieverdeelkast (PV-verdeler). De functie van een PV-verdeler is om op een veilige manier uw zonnepanelen aan te sluiten. De PV verdeler wordt gemonteerd wordt op een ononderbroken groep. Vaak is dit de wasmachineaansluiting of de aansluiting van de garage
­čŹ¬ Cookie instellingen
Fijn dat u er bent! We helpen u graag zo optimaal mogelijk en gebruiken hiervoor cookies. Stel ze hieronder naar wens in. Deze instellingen kunt u altijd wijzigen